Het plan vanmorgen was om 1 kilometer wandelen te proberen. Als dat niet goed gaat, gaan we terug.
De vrouw die hier het ontbijt verzorgt vertelt over een “medical assistance” vlakbij. Misschien toch wel beter om het even te laten controleren door een arts. We regelen met haar dat we een nacht langer kunnen blijven. En dan gaan we, afhankelijk van wat de arts zegt, morgen óf verder lopen, óf naar huis.
Het kost nog aardig wat moeite (en pijn) om de “medical assistance” te vinden. En als we er dan zijn blijkt dat die er alleen is voor de avond en nacht. Overdag moet je naar het ziekenhuis.
Omdat we al halverwege naar het ziekenhuis zijn, besluiten we door te lopen.
Bij de eerste hulp vindt men dat er een foto moet worden gemaakt.

Lijkt ons een beetje overdreven omdat Maarte er al zoveel kilometer mee gelopen heeft. Maar na de foto mag hij opeens niet meer lopen en gaat in een rolstoel naar de gips afdeling.
Nadat we daar uren hebben gewacht komen we bij een arts die zegt dat er geen breuk is. Dus ook geen gips. Maar 2 dagen niet belasten, daarna lopen met een enkelbrace en krukken. Dus de eerste weken geen Via Francigena lopen…
Als we dan weg willen lopen, mag dat niet. Hij moet in de rolstoel blijven en wordt weer ergens anders naar toe gebracht. Ik moet in de wachtkamer blijven.
Na een half uur appen we met elkaar. Voor ons allebei niet duidelijk waar we nu op wachten. Maarte besluit op te staan en naar de wachtkamer te lopen. We overleggen nog even met de receptioniste (maar taal is wel een probleem in een Italiaans ziekenhuis). Dan lopen we maar naar de bushalte om met de bus terug te gaan naar onze kamer. Als hij er sinds de val al zo’n 7 kilometer mee gelopen heeft, zal dit laatste stukje toch ook wel kunnen?
Het is al halverwege de middag als we weer terug zijn.
We gaan maar een trein naar huis boeken. Ook dat valt nog niet mee. Veel treinen zijn vol. Uiteindelijk boeken we een trein voor morgen naar Milaan. Dan twee nachten Milaan. Dan zaterdag op de trein naar Nederland en zondagochtend weer thuis.