Dag 54: ZO 20 sep 2026. Martigny – Orsières (19 km)

Vandaag is de eerste dag van drie waarin we omhoog gaan naar de St. Bernard pas. Volgens het boekje de moeilijkste dag, dus ik had er wel tegenop gezien. Maar uiteindelijk ging het allemaal prima.
Nadat we Martigny verlaten hebben gaan we meteen omhoog. We verlaten het dal van de Rhône en gaan nu het dal van de Dranse in. Het is een lastig pad omhoog met boomwortels en rotsen die er voor zorgen dat we moeilijke stappen moeten maken. Het water in de Dranse stroomt met grote snelheid omlaag, wij gaan voetje voor voetje omhoog.
Net voor Botgeaud steken we de rivier via een hangbrug over.

In Les Valettes trakteren we onszelf op een kopje thee; we hebben het eerste moeilijke traject achter de rug.
Al snel daarna begint het volgende lastige stuk. We lopen (en soms klauteren) over grote rotsblokken omhoog. Elke stap goed kijken waar je stabiel kunt staan.

Als we dat achter de rug hebben komen we in het plaatsje Sembrancher. Daar is er een groot feest gaande: de Désalpe. Het jaarlijkse feest waarbij de koeien, schapen en geiten uit de.bergen terug worden gehaald. ‘s Morgens worden ze in optocht het dorp ingeleid. Toen wij er langs kwamen was dat al achter de rug en stonden ze mooi versierd opgesteld.

Er zijn veel mensen op straat en er wordt volop gegeten.

Wij moeten nog verder omhoog. Er volgt nog een lange helling, maar nu wel over een makkelijke ondergrond.
Al dat klimmen levert wel hele mooie uitzichten op.

Vlak voor het einde nog even onze laatste broodjes opeten.

In Orsières zitten we intussen op een hoogte van 887 meter.

We slapen vanavond in een gite met een slaapzaal met 10 bedden. We slapen er vannacht met z’n zevenen.
Vanavond gegeten met Chris, Marilou en haar dochter. Weer erg leuk!
Pascal en Petra kwamen afscheid nemen. Het gaat niet goed met haar moeder en daarom gaan ze vroegtijdig naar huis.

Dag 53: ZA 19 sep 2026. St-Maurice – Martigny (18 km)

We beginnen de dag met een gezamenlijk ontbijt voor de gasten van de abdij. Maar blijkbaar zijn wij de enige die het ontbijt geboekt hebben vandaag. Echt “gezamenlijk” was het dus niet.

Het is een prachtige ochtend. Zonnig en mooie uitzichten op het berglandschap om ons heen. Deze piek is Cime de l’Est.

De andere kant op zien we besneeuwde bergtoppen.

Er zijn vandaag veel dorpen aan de route. En al gauw vinden we een café voor een kop koffie.

Zaterdag is een favoriete dag om te trouwen hier. We zien onderweg twee trouwerijen. Bij een kerk staat een bruidegom, samen met veel gasten te wachten op de bruid. Verderop, op een groot veld bij het bos, staan mooie witgestrikte stoelen klaar: de fotograaf en enige gasten zijn er al, maar het bruidspaar nog niet.

We hebben de laatste tijd al veel stroomversnellingen gezien. Maar vandaag zien we een echte waterval: de Pissevache (letterlijk de pissende koe).

Het dal wordt steeds smaller. De autoweg, de spoorlijn de lokale weg en de Rhône nemen al een heel stuk van de breedte in beslag. Gelukkig lopen wij vaak, iets verder naar de berg, in het bos en in de schaduw. In de zon is het nog erg warm.

Een uurtje voor Martigny loopt Chris ons achterop. We lopen met z’n drieën verder.
We lopen de stad in over deze bijzondere overdekte houten brug (pont de la Bâtiaz) over de rivier de Dranse.

Wij willen gaan slapen bij de herberg van de katholieke parochie. We zijn er om 2 uur, het moment dat de herberg open zou gaan. Maar als er om half drie nog steeds niemand is die de herberg komt openen besluiten wij een hotel te gaan zoeken. De twee Canadese dames die ook zaten te wachten blijven geduldig wachten.

Maarte had een wasserette in Martigny gevonden. Nadat we gedoucht hebben gaan we eerst een grote was draaien.
Als we later iets willen gaan drinken, komen we Patrick en Petra tegen (het Duitse stel dat we al eerder hadden ontmoet). We drinken samen wat en besluiten ook met z’n vieren te gaan eten.

Dag 52: VR 18 sep 2026. Aigle – St-Maurice (17 km)

Het was vandaag een redelijk makkelijke en mooie wandeling.
Direct na vertrek komen we langs het kasteel van Aigle. Het is oorspronkelijk gebouwd in de 12e eeuw. Nu is er een wijnmuseum in het kasteel.

De druivenpluk in deze regio gaat heel anders dan in de Champagne. Niet met touringcars met plukkers die uit half Europa komen. Het is veel kleinschaliger. In Aigle zien we briefjes hangen om vrijwilligers te werven om zaterdag te komen plukken. Ze krijgen er een drankje en een maaltijd bij. Dus een beetje zoals het in Groesbeek gaat.
Ook vandaag wordt er volop geplukt. Als we langs een veld lopen waar een man aan het werk is, komt hij ons een tros druiven brengen. Lekker en zoet.
Het zijn Chasselas druiven. Dat is hier een veel voorkomende druivensoort.

We lopen vandaag weer veel tussen de druiven. En ook door bossen. Maar vooral indrukwekkend is het berglandschap om ons heen. Hoge bergen, steile bergwanden.
En we zien hier, voor de eerste keer, zonnebloemen die nog in bloei staan.

We lopen al een hele tijd in het Rhône dal. Maar de Rhône zelf hadden we nog niet gezien. Vandaag ligt hij wel op onze route. We lopen er een eind langs en steken hem over.

St. Maurice, waar we vanavond slapen, ligt ook aan de Rhône, We slapen er in de herberg van de abdij. Hele eenvoudige tweepersoonskamer met douche en toilet op de gang.

Als we ‘s middags de kerk hebben bekeken komen we het Duitse stel van gisteren weer tegen.
En als we ‘s avonds een restaurant zoeken is daar opeens Chris weer. We dachten dat hij inmiddels een paar dagen vóór ons liep. Hij zit op een terras met een Australische moeder en dochter. We schuiven even aan.

We eten vanavond met Chris, bij zijn hotel.

Dag 51: DO 17 sep 2026. Vevey – Aigle (26 km)

Vanuit het hotel is het een kleine 2 km terug naar het meer van Genève. Daar komen we weer op onze route uit. We wandelen verder langs de oever van het meer. Het is heerlijk wandelen in de ochtend, bij een aangename wandel temperatuur. Mooie uitzichten over het meer, zoals bij deze jachthaven.

Van Vevey naar Montreux is niet erg ver, een kilometer of zes. Langs de hele route is er bebouwing; mooie huizen en hotels. Maar in Montreux worden de hotels nog net iets indrukwekkender.

We dachten in Montreux ergens op een mooi terrasje iets te gaan drinken. Maar het hele pad langs de oever is alleen bezaaid met souvenirkraampjes. Nergens een terras. Als we al een tijdje gezocht hebben is er wel een McDonald’s. We besluiten daar dan maar iets te drinken. Niet bepaald wat ik verwacht had in het luxe Montreux.

Aan het meer staan, in Montreux, mooie beelden van beroemde inwoners van de stad; onder ander Tchaikovsky en Freddie Mercury.
Dit beeld, dat ik het mooiste vond, is Li Ning, een bekende (maar voor mij onbekende) Chinese turner.

Verderop, als we Montreux achter ons hebben gelaten, ligt er het mooie kasteel van Chillon (13e eeuw) dat uitsteekt in het meer van Genève.

Bij Villeneuve verlaten we het meer en gaan we het, hier nog brede, dal van de Rhône in.
Maar eerst vinden we in het dorp nog een drogist, waar we iets beters voor de hakken van Maarte proberen te vinden. Elke ochtend lijken de wondjes mooi droog en plakken we ze, preventief, af. Maar bij aankomst is er dan toch weer vocht en bloed uit gekomen. We hebben nu iets dat een beschermd laagje op een wondje aanbrengt. Hoop dat dit gaat helpen.

De verdere route is nog aardig vlak. We lopen een tijdje langs een beek die naar het meer van Genève toe stroomt.

In het dorpje Roch is er een café, waar we iets gaan drinken. Als we even zitten komen er twee mensen met rugzakken aan, die we gisteren ook al ergens gezien hadden. Het blijkt een Duits stel te zijn dat ook de Via Francigena loopt. We wisselen wat ervaringen uit. We komen elkaar waarschijnlijk komende dagen wel vaker tegen.

Niet ver voor onze eindbestemming gaat de route omhoog, de wijngaarden in. Wij besluiten dat de wijngaarden, vanaf de route beneden, ook mooi zijn om te bekijken. Dus we laten deze omweg aan ons voorbijgaan.

Daarna zijn we al vrij snel bij het hotel voor vandaag.
Dan het standaard ritueel: douchen, even wat zitten en lezen op de kamer, ergens een biertje gaan drinken, en daarna eten.

Dag 50: WO 16 sep 2026. Lausanne – Vevey (21 km)

En dan vanochtend weer terug met de metro naar het meer van Genève. Het ligt er mooi bij in het ochtendlicht. Het kunstwerk op deze foto is een windwijzer.

We lopen weer verder langs het meer. Vrij snel na de start lopen we langs het Olympisch Museum. Er staan beelden van allerlei sporten in de tuin.
De eerste paar uur lopen we vrij dicht langs het meer.

We vinden dit traject veel mooier dan het het stuk dat we gisteren liepen. Het is veel minder luxueus. En het is er veel rustiger. Weinig recreërende mensen. Maar dat komt misschien ook omdat het nog vroeg is.
Op een terrasje, vlakbij het water drinken we een kopje koffie.

Later op de ochtend gaan we wat hoger op de helling lopen, wel nog steeds met het meer mee. Er liggen een paar mooie kleine dorpjes, zoals Villette (foto)

En overal lopen we tussen de wijngaarden.
De Zwitserse wijnen worden vooral in het land zelf gedronken. Er is weinig export.
Dit Zwitserse wijngebied (Vaud) staat op de UNESCO werelderfgoed lijst. Er wordt hier al 1000 jaar wijn gemaakt.
Ik las echter vanavond in de krant dat de Zwitserse wijnboeren het moeilijk hebben. Ze kunnen veel van hun wijn niet kwijt, omdat er in Zwitserland steeds meer buitenlandse wijn verkocht wordt.

Weken geleden liep het plukken van de druiven in de Champagne al op z’n eind. Maar hier wordt nu nog volop geplukt. Er is overal bedrijvigheid op de velden. En veel velden moeten nog geplukt worden.

Aan onze wandelroute liggen ook een aantal wijnhuizen. Ook daar is men druk bezig met de verwerking van al die geplukte druiven.

Dan op naar de laatste plaats van vandaag: Vevey.

Vevey is een grote plaats. Van verre zie je al het grote complex van Nestlé. Eind 19e eeuw is hier de babymelk in poedervorm ontwikkeld. Nestlé heeft hier nog steeds het hoofdkantoor.

We slapen in een klein hotel, even van de route. Het hotel bevindt zich alleen op de 1e verdieping van een flat, waarvan de rest woningen zijn.
Net als in Lausanne krijgen we hier, bij inchecken vrij-reizen met het openbaar vervoer in de omgeving. Handig, zo konden we vanavond makkelijk naar het centrum waar de meeste restaurants zijn.

Dag 49: DI 15 sep 2026. Cossonay-Ville – Lausanne (25 km)

We reizen weer terug naar Cossonay met bus, trein en tandradbaan. Boven in Cossonay beginnen we aan de afdaling naar het treinstation. We zien de cabine, waarmee we even daarvoor omhoog gingen, verschillende keren langs komen.
In het gebied tussen Cossonay en Lausanne liggen veel kleine en grotere dorpen. Het is verbazingwekkend hoeveel we toch nog in natuur en bos lopen.
Vandaag valt er over de wegwijzers en de GPS-route weinig te klagen. Het klopt allemaal prima!

Het voordeel van een dichter bewoond gebied is, dat je niet al je eten voor onderweg ‘s morgens al moet inslaan. We gaan gewoon onderweg (Bussigny) naar de bakker en eten het even verder op een bankje.

Na Bussigny lopen we een kilometer of vijf met het riviertje la Venoge mee. Mooie wandeling! Met af en toe wat hindernissen, zoals hier onder een lage brug door.

Het riviertje la Venoge.

En dan komen we bij het meer van Genève. We lopen zo’n 8 km langs de noordrand van het meer, tot aan Lausanne. Er zijn overal recreërende mensen. Er wordt gezwommen en in de zon gelegen. Er zijn havens met bescheiden jachten. Bij de universiteit zijn er sportvelden en wordt er druk gesport. En er zijn genoeg restaurants en terrasjes. En hele mooie woonhuizen.
Op het meer zijn er zwanen, eenden, meeuwen en, op deze foto, aalscholvers.

Aangekomen bij Ouchy-Olympique (Lausanne) nemen we de metro terug naar ons hotel.
Het was toch nog een redelijk vermoeiende dag. Zeker ook omdat het nog steeds warm is.

Met deze wandeling hebben we weer één van de wandelboekjes afgesloten. We hebben het meteen met de post naar huis gestuurd. Scheelt weer gewicht.

Dag 48: MA 14 sep 2026. Orbe – Cossonay-Ville (15 km)

Voor vandaag hebben we besloten om niet de route van de Via Francigena te volgen, maar zelf een route te bepalen. Dat bespaart ons 300 hoogtemeters (onze route is veel vlakker), een heleboel kilometers (we snijden een grote bocht af), en mogelijk een boel zoekwerk (als de route weer niet zou kloppen). Verder ontzien we de hakken van Maarte zo ook een beetje.
We lopen wel wat veel op doorgaande wegen met aardig wat verkeer.
De stukken die we door dorpen lopen zijn wel leuk. In Arnex-sur-Orbe zitten verschillende kleine wijnmakers. We concluderen dat het plukken van de druiven hier nog niet helemaal afgerond is. Deze wijnboer is druk bezig met het reinigen van zijn vaten.

In La Sarraz ligt er een groot kasteel (nu een museum) pal langs de weg.

Vlak bij het station van La Sarraz drinken we een kopje koffie.
Snel daarna zien we de kerktoren van Cossonay al boven de bomen uitsteken. Het is dan nog wel een hele klim omhoog.
Cossonay is het eindpunt van onze wandeling vandaag. Het is ons echter niet gelukt om hier een slaapplaats te vinden. Het hotel is vol. Er zijn ook nog 2 bedden van de parochie. Maar we hebben geen contact met ze kunnen krijgen (geen reactie op voicemail en e-mail).
Daarom hebben we besloten met de trein naar Lausanne te reizen en daar twee nachten te slapen. Morgenochtend treinen we weer terug naar Cossonay en wandelen dan (zonder bagage!) naar Lausanne.

Vanuit het dorp Cossonay is er tandradbaan naar beneden naar het treinstation.

We komen daarna makkelijk en snel met de trein in Lausanne.
Bij de bevestiging van het hotel hier kregen we kaartjes meegestuurd om gedurende ons verblijf binnen de stad Lausanne gratis met het openbaar vervoer te reizen. Ook dat gaat soepel.

Later op de middag spelen we toeristje in Lausanne. Terrasje, wat rondwandelen. Bij de kathedraal is er een hoog uitzichtpunt over de stad met op de achtergrond het meer van Genève.

We bezoeken ook de kathedraal. Er wordt door een man op het orgel gespeeld. Mooi! We gaan er even voor zitten.
In de 16e eeuw, tijdens de reformatie, zijn alle beelden en schilderijen uit de kathedraal gehaald. Binnen in zijn daar nog de sporen van te vinden. In de 19 eeuw zijn er, met name in de portalen, weer indrukwekkende beeldengroepen toegevoegd.

Rond 7 uur sluiten de winkels in het centrum. We gaan nog even wat drinken. Later eten we in de buurt van het hotel.

Dag 47: ZO 13 sep 2026. Jougne – Orbe (20 km)

Voor de bakker in Jougne vanochtend moesten we 150m teruglopen, omhoog. Dat doe ik maar even alleen om de hakken van Maarte nog even te ontzien.

Daarna gaat het pad gelukkig vooral omlaag.

Al na 3,5km komen we bij de grens. En daarna zijn we in Zwitserland.

In Ballaigues rusten we even uit op het terras van een restaurant dat gesloten is (vandaag en morgen). In de keuken zijn ze wel aan het werk. Als we vijf minuten zitten komt er iemand naar ons toe. Ik verwacht dat we weggestuurd gaan worden. Maar ze komt vragen of we iets willen drinken. Dus zitten we even later koffie te drinken op het terras van een gesloten restaurant. Het blijkt trouwens een restaurant te zijn met een Michelin ster,

Als we daarna weer lopen, gaan we al gauw onder een snelweg door. Daar liggen ook een heleboel koeien, heerlijk in de schaduw.

Na die snelweg moeten we omlaag naar de kloof van de rivier de Orbe. Daar is er weer hetzelfde probleem als gisteren. De bewegwijzering komt niet overeen met de GPS route op de telefoon. En de route die het boekje beschrijft is weer anders.
We besluiten de GPS route te volgen. Al snel blijkt dat dat pad lastig te vinden is en nauwelijks belopen wordt. We twijfelen af en toe of dit wel de goede keuze is geweest. We lopen wel door en komen bij een brug over de Orbe uit; net zo als de twee andere routes,
Dit is het begin van een heel mooi, 4km lang, pad door de kloof. Het is een prima beloopbaar. Mooie uitzichten op de rivier met hier en daar stroomversnellingen. Smalle paadjes langs enorme rotsen.

Op verschillende plekken zijn er tunneltjes in rotsen gemaakt om het hele stuk toegankelijk te maken.

Als we dit mooie pad achter ons hebben gelaten, is er weer het dilemma welke route te volgen. We besluiten de wegwijzers te volgen. Dat gaat lang goed. We lopen, aan de andere zijde, met de Orbe mee. Zo hoog dat we de rivier wel steeds horen, maar door de bossen niet meer kunnen zien.
Als we uitkomen bij een doorgaande weg houdt de bewegwijzering opeens weer op. Heel frustrerend. We besluiten om dan maar over de verkeersweg naar Orbe te lopen. Dat pakt goed uit en is nog korter ook.

Voor we in Orbe zijn, zien we in de verte bergen met witte toppen. We denken dat die rechter berg de Montblanc is.

Bij aankomst bij het hotel blijkt dit niet open te zijn. We zijn later dan 14:00u (de bevestigde check-in tijd). Na wat bellen, kloppen en de hulp van een voorbijganger, kunnen we dan toch inchecken.
De blaren van Maarte zien er beter uit dan gisteren.

Vanavond hebben we op het terras van een restaurant naast het hotel gegeten. Er staat kaasfondue op de kaart. Dat hoopten we in Zwitserland een keer te kunnen eten. Dus bestellen we het nu maar meteen hier.

Dag 46: ZA 12 sep 2026. Pontarlier – Jougne (30 km)

Het was vandaag een zware dag. Nog meer stijgingen dan gisteren. Ergens helemaal verkeerd gelopen. Volgens het boekje was de route van vandaag 23km, maar wij hebben 30km gelopen. Het was bijna half zeven toen we hier aankwamen.

Met een verse baguette in de rugzak gaan we vanmorgen vol goede moed op pad. Als we de stad uit zijn begint de weg al snel te stijgen. We lopen een stukje met de GTJ (Grand Traverse de Jura) mee. Lang geleden hebben we geprobeerd de GTJ te langlaufen. Maar na 3 dagen begon het te regenen. Dat was het einde van die langlauf tocht. Leuk om het nu weer tegen te komen.
Na een kilometer of drie brengt het pad ons naar een prachtig uitzichtpunt (Belvédère du Fer à Cheval). De ochtendmist trekt nog op.

Vanaf dat punt zien we ook het fort de Joux, aan de andere kant van kloof van de rivier de Doubs, We zullen dit fort vandaag nog vaker zien, van andere kanten.

Aan onze kant van de Doubs ligt nog een kasteel (fort Mahler). Volgens ons boekje moeten we daar doorheen lopen en aan de andere kant, via een trap het dal in. Intussen echter is zowel het kasteel als de trap afgesloten vanwege veiligheidsproblemen. De route is daar al op aangepast. Dus geen probleem.

Bij het volgende uitzichtpunt (Belvédère de la Roche Sarrasin) is het tijd voor een broodje.
Bij de picnic tafel zit al een Frans echtpaar. Ze zijn erg geïnteresseerd in onze tocht. Leuk gesprek. En een prachtig weids uitzicht.

Van daar uit lopen we omlaag naar het dorp Les Fourges.

Les Fourges is een wintersportplaats. Er zitten skischolen, skiverhuur bedrijven, hotels en er is een skipiste. Alles gesloten. De skilift konden we helaas niet vinden. Dus weer geheel op eigen kracht de volgende helling op.

Daarna wordt de route onduidelijk. We moeten dwars weilanden door, maar waar moeten we er weer uit? We zien af en toe heel duidelijk en veel wegwijzers, en dan is er opeens niets meer. Een aantal keren op en neer lopen. De route van de telefoon lijkt niet te kloppen. Als we helemaal niet weten waar we heen moeten, zien we opeens weer tekens op weipalen. En uiteindelijk komen we weer op een weg uit. We besluiten de route de route te laten. We kiezen voor de asfaltweg en Google Maps om op onze bestemming komen.

Als we aankomen bij ons hotel voor vandaag (half 7) is het snel douchen. Het restaurant bij het hotel is van 7 tot 8 geopend. En we hebben wel trek.

Maarte had in zijn nieuwe schoenen de eerste dag een blaartje opgelopen op één hak. De tweede dag een grotere blaar op de andere hak. En vandaag zijn ze er allebei niet beter op geworden. Gelukkig wordt het morgen een dag van afdalingen. Dat zal de hakken wat ontzien.

Dag 45: VR 11 sep 2026. Mouthier-Haute-Pierre – Pontarlier (25 km)

We maken vandaag veel hoogte meters. In de eerste 10km gaan we ruim 500m omhoog. Sinds Besançon lopen we in de Jura (middelgebergte), De afgelopen dagen liepen we veel in een dal met de rivier mee. Dan valt het mee met de hellingen. Vandaag echter mogen we echt omhoog. En dan wordt 25km toch een behoorlijk zware wandeling.
Nadat we vanochtend het dorp uit zijn gegaan begint er al vrij snel een pittige klim. Na een uurtje zien we dat we boven de hoge rotswand zijn, die we gisteren vanuit het dorp zagen.
Nog wat verder is er een mooi uitzichtpunt (Belvédère de Renédale).

Na 9 km (waar 3,5 uur over hebben gedaan), is er een restaurant. Er is een parkeerplaats en veel toeristen. Van hieruit kun je in 1km naar de bron van de Loue lopen. Ik had dat graag gedaan, maar we hebben onze tijd hard nodig. Dus we houden het bij een hapje eten in het restaurant.
Daarna klimt het pad weer verder.
Boven in een weiland ligt een mooie kapel. Zowel volgens de route in de telefoon als ook volgens de bewegwijzering, loopt het pad dwars door dat weiland naar de kapel toe. Kort geleden echter heeft er iemand een schrikdraad afrastering aangelegd. Omdat we zo gauw geen alternatieve route kunnen vinden, besluiten we toch door het weiland te gaan. We schuiven onze rugzakken onder de draad door en rollen er daarna zelf achteraan. Als we aan de andere kant van het weiland er weer uit moeten, herhalen we dit nog een keer. Dat schiet lekker op zo….

De route blijft voorlopig nog even doorstijgen.

De tweede helft van de wandeling is een stuk vlakker. Maar het is toch kwart over vijf als we uiteindelijk aankomen.
We slapen vannacht in de jeugdherberg (privé kamer met eigen douche en wc).
Na ons opgefrist te hebben gaan we in het stadje eten. Als we teruglopen begint het al donker te worden.

Morgen wacht ons weer een dag met veel stijgingen.